Hulplijnen onderaan elke pagina
Schade door transitie — informeer, claim, herstel
In crisis?
Bel direct →
OPINIE · BELEID
Onvrede met je geslacht kan komen én gaan — de behandeling niet
Een groep artsen, psychologen en wetenschappers waarschuwt de Gezondheidsraad: onbehagen over het eigen geslacht kan tijdens de ontwikkeling weer verdwijnen, terwijl de behandeling onomkeerbaar is. Wie te vroeg medicaliseert, legt de gevolgen bij het kind.
Bewijs onder druk, vlak voor het advies
Op 30 juni 2026 bracht de Gezondheidsraad advies uit over de transgenderzorg voor jongeren; de raad zag daarin geen aanleiding de zorg anders in te richten (bron). Dertig jaar nadat Nederland met het Dutch Protocol internationaal de toon zette, staat de bewijsbasis onder druk. Volgens de Gezondheidsraad noemen systematische reviews de bewijskracht voor de gevonden effecten van behandeling laag tot zeer laag, en zijn de effecten op cognitie en vruchtbaarheid nog onvoldoende onderzocht.
Onbehagen dat verschuift
Juist tijdens de puberteit krijgen veel jongeren meer duidelijkheid over lichaam, seksualiteit en seksuele oriëntatie. Een longitudinale studie uit het Groningse TRAILS-cohort laat zien waarom voorzichtigheid geboden is: onvrede met het eigen geslacht kwam in de vroege adolescentie bij 11% van de deelnemers voor en lag rond 26 jaar op 4%; bij 19% van de deelnemers nam die onvrede af, bij 2% nam ze toe (bron). Onbehagen over het geslacht kan dus veranderen tijdens de ontwikkeling — en dat maakt het riskant om het te snel als een vaste genderidentiteit te interpreteren.
Een andere, kwetsbaardere groep
Het Dutch Protocol werd ontwikkeld voor een kleine, zorgvuldig geselecteerde groep jongeren met vroege, persistente genderdysforie en weinig bijkomende problemen. Inmiddels is de patiëntengroep ingrijpend veranderd: er melden zich veel meer jongeren, met een opvallende toename van meisjes bij wie de dysforie rond of na de puberteit ontstaat en vaak samengaat met psychische of neuro-ontwikkelingsproblematiek. Conclusies uit de oorspronkelijke groep laten gelden voor deze bredere en complexere populatie is wetenschappelijk onverantwoord — zeker omdat zelfs voor die oorspronkelijke groep nog altijd geen robuust bewijs bestaat dat het medische traject de geestelijke gezondheid structureel verbetert. Een recente kritische analyse (McDeavitt en Cohn, 2026) concludeert dat dertig jaar onderzoek op basis van het Dutch Protocol geen betrouwbaar bewijs heeft opgeleverd (bron).
De pauzeknop bestaat nauwelijks
De eerste medische stap is minder vrijblijvend dan vaak wordt voorgesteld: de grote meerderheid van de jongeren die met puberteitsremmers beginnen, gaat daarna door naar hormonen van het andere geslacht: 87% in een Nederlandse studie, 98% in een Britse (Nederlandse studie) (Britse studie). De 'pauzeknop' is daardoor meestal het begin van een ingrijpend traject met gevolgen voor vruchtbaarheid, seksuele beleving en botdichtheid (die volgens een Zweeds systematisch overzicht op 22-jarige leeftijd deels herstelde (bron)) en, na het verwijderen van eierstokken of testikels, met een levenslange afhankelijkheid van hormonen.
Internationaal is de koers al gedraaid
In het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland leidden systematische reviews en beoordelingen door gezondheidsautoriteiten tot een duidelijke koerswijziging: medische interventies bij minderjarigen werden beperkt, brede diagnostiek en psychologische begeleiding kwamen centraal te staan. Ook in de Verenigde Staten wordt het bewijs steeds kritischer beoordeeld. Nederland, dat de route bedacht én legitimeerde, kan deze internationale correctie niet blijven negeren.
De onzekerheid hoort niet bij het kind
Nederland heeft hierin een bijzondere verantwoordelijkheid. Het ontwikkelde en legitimeerde een route naar ingrijpende, deels onomkeerbare behandelingen voor minderjarigen. Wie zo'n behandelmodel aan de wereld levert, moet ook het bewijs leveren dat daarbij hoort. Als dat bewijs na dertig jaar tekortschiet, mag de onzekerheid niet bij het kind worden neergelegd.
Bron
Bewerkt naar het ingezonden opiniestuk 'Onvrede met je geslacht kan komen én gaan', Trouw, 25 juni 2026. Ondertekenaars: Ruben Buijs (arts, klinisch patholoog), Geert-Jan Edelenbosch (publicist, voormalig coördinator jongeren- en onderwijsprogramma bij COC Nederland), Armand Girbes (internist-intensivist, klinisch farmacoloog, voormalig hoofd IC VUmc en emeritus hoogleraar intensivecaregeneeskunde), Marieke Hoogwout (schrijver, redacteur bij Vrij Links), Hacsi Horváth (klinisch epidemioloog, expert in systematische reviews en ervaringsdeskundige na het stoppen van een transitie), Maureen Horváth (medisch bioloog), Hanneke Kouwenberg (arts, radioloog), Pieter Omtzigt (econometrist, voormalig Tweede Kamerlid), Marieke den Ouden (psycholoog, bioloog), Roelien den Ouden (GZ-psycholoog, orthopedagoog) en Dorine Sellenraad (klinisch psycholoog, psychotherapeut, voormalig medewerker genderkliniek VUmc).