Hulplijnen onderaan elke pagina

Schade door transitie — informeer, claim, herstel

In crisis?

Bel direct →
Witte Huis gaf NIH opdracht: onderzoek spijt en detransitie binnen zes maanden

Op 11 april 2025 meldde journalist Rob Stein van NPR iets opmerkelijks: de Amerikaanse regering had de National Institutes of Health (NIH), 's werelds grootste publieke financier van medisch onderzoek, opdracht gegeven om onderzoek te starten naar spijt en detransitie na een gendertransitie — bij zowel kinderen als volwassenen. Het bevel kwam niet van een wetenschappelijke adviesraad, maar via een intern memo van de toenmalige waarnemend NIH-directeur Matthew J. Memoli. Daarin stond dat het onderwerp "zeer belangrijk is voor de president en de minister", en dat er binnen zes maanden financieringsoproepen moesten liggen om het traject in gang te zetten.

Wat het memo precies vraagt

Volgens het memo moest de NIH de effecten in kaart brengen van wat het document zelf omschrijft als "sociale transitie en/of chemische en chirurgische verminking" bij kinderen die transitioneren. Die woordkeuze is op zichzelf al veelzeggend: een overheidsinstantie die wetenschappelijk onderzoek bestelt, formuleert de opdracht hier in de taal van een vooraf vastgesteld oordeel. Dat is geen neutrale onderzoeksvraag — het is een uitkomst die al vaststaat voordat de eerste data zijn verzameld. Het memo kwam bovendien op een moment dat de regering kort daarvoor honderden lopende NIH-subsidies voor onderzoek naar lhbt-gezondheid had stopgezet, aldus hetzelfde NPR-bericht.

Een opdracht, geen onderzoeksvraag

Dat onderscheid is cruciaal voor wie zich zorgen maakt over de kwaliteit van kennis op dit terrein. Onderzoek dat wordt besteld om een vooraf gewenste conclusie te bevestigen, is net zo onbetrouwbaar als onderzoek dat wordt tegengehouden omdat de uitkomst ongewenst zou kunnen zijn. Beide routes ondermijnen wat patiënten, ouders en verwijzers nodig hebben: cijfers waar ze op kunnen bouwen. Dat dit geen hypothetisch risico is, bleek eerder al uit een andere kwestie binnen diezelfde NIH: een onderzoek van Olson-Kennedy naar het effect van puberteitsremmers op de geestelijke gezondheid van jongeren werd jarenlang niet gepubliceerd nadat de uitkomsten tegenvielen. Die verzwegen studie, die pas na jaren alsnog aan het licht kwam, laat zien dat politieke sturing van NIH-onderzoek niet aan één kant van het debat voorbehouden is.

Waarom dit bevel überhaupt nodig was

Het ongemakkelijke punt achter dit hele verhaal is dat zo'n gericht bevel maar nodig is omdát degelijk, onafhankelijk onderzoek naar spijt en detransitie wereldwijd zo dun gezaaid is. In Nederland erkende de Gezondheidsraad zelf, in een achtergronddocument bij haar jongerenadvies, dat over detransitie bij Nederlandse patiënten vrijwel niets bekend is — Nederlandse studies rapporteerden er domweg nooit apart over. En het veelgeciteerde cijfer dat minder dan één procent van de patiënten spijt zou krijgen, berust op datasets met grote uitval en methodologische zwaktes — zoals we eerder beschreven staat dat cijfer zelf al op losse schroeven. Een kennisvacuüm van die omvang is een uitnodiging voor politieke sturing, van welke kant dan ook: waar harde cijfers ontbreken, vult de partij met de meeste macht over de onderzoeksagenda het gat moeiteloos met haar eigen aannames.

Wat serieus onderzoek wél zou vragen

Een onderzoeksagenda die werkelijk patiënten dient, begint niet met een woordkeuze die het antwoord al in zich draagt. Ze begint met open vragen: hoeveel mensen stoppen, om welke redenen, op welk moment in hun traject, en wat was hun ervaring met de informed consent die ze vooraf kregen? Dat zijn precies de vragen die de Nederlandse Gezondheidsraad, zoals hierboven beschreven, zelf te weinig beantwoord vond. Een memo dat bij voorbaat spreekt van "verminking" levert daar geen bruikbaar antwoord op — net zomin als een onderzoeksinstelling die ongemakkelijke uitkomsten jarenlang in een la laat liggen. Beide zijn vormen van dezelfde fout: de uitkomst eerst vaststellen, en de data er daarna bij zoeken.

Wat dit betekent voor het debat hier

Voor Nederlandse lezers is dit verhaal geen ver-van-mijn-bed-show. De Amerikaanse episode laat haarscherp zien wat er gebeurt zodra onderzoek naar detransitie een politiek instrument wordt in plaats van een wetenschappelijke praktijk: beide kampen gaan vervolgens elkaars cijfers wantrouwen, en de patiënt die nu een keuze moet maken schiet daar niets mee op. Precies daarom is onafhankelijk, langjarig vervolgonderzoek — zonder vooraf ingebouwde conclusie, en zonder angst voor de uitkomst — geen politiek wapen maar een basisvoorwaarde voor verantwoorde zorg.

Bronnen

Rob Stein, "White House orders NIH to research trans 'regret' and 'detransition'", NPR, 11 april 2025: wmra.org (NPR-syndicatie).

Lauren Keenan, "Trump admin directs NIH to study 'regret' in transgender care", Straight Arrow News, 14 april 2025: san.com.

Saskia Weijermars

Saskia Weijermars

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat hield de NIH-opdracht van de Amerikaanse regering precies in?

In april 2025 werd bekend dat een intern memo van toenmalig waarnemend NIH-directeur Matthew J. Memoli de NIH opdroeg onderzoek te starten naar spijt en detransitie bij kinderen en volwassenen die een gendertransitie ondergingen, met als doel binnen zes maanden financieringsoproepen klaar te hebben.

Is dit anders dan gewoon wetenschappelijk onderzoek bestellen?

Ja: het memo omschreef de te onderzoeken behandelingen zelf al als "chemische en chirurgische verminking". Een onderzoeksopdracht die de conclusie al in de vraagstelling legt, levert geen betrouwbare wetenschap op — net zomin als onderzoek dat wordt tegengehouden omdat de uitkomst ongewenst is, zoals eerder gebeurde met een NIH-studie van Olson-Kennedy.

Waarom is onderzoek naar detransitie sowieso zo schaars?

Ook in Nederland erkende de Gezondheidsraad zelf dat er nauwelijks cijfers bestaan over detransitie, en dat het veelgebruikte "minder dan 1% spijt"-cijfer op zwakke data berust. Dat kennisvacuüm maakt het onderwerp extra gevoelig voor politieke sturing, van welke kant dan ook.