Hulplijnen onderaan elke pagina

Schade door transitie — informeer, claim, herstel

In crisis?

Bel direct →
Nieuwe studie: wie stopt met transitie, wisselt gemiddeld vier keer van genderidentiteit

Een nieuwe studie in het Journal of LGBTQ+ Mental Health zet vraagtekens bij het beeld dat detransitie een zeldzame, eenmalige en definitieve stap is. Onder de naam DARE-studie (detransition analysis, representation and exploration) vulden tussen december 2023 en april 2024 in totaal 957 mensen van zestien jaar en ouder in de Verenigde Staten en Canada een online-enquête in. Iedereen had op enig moment de eigen gendertransitie gestopt of teruggedraaid. De opzet komt uit onderzoekshoek die zelf niet kritisch staat tegenover genderzorg, maar de cijfers die eruit rollen zijn opvallend voor iedereen die zich afvraagt hoe stabiel een transitiebesluit eigenlijk is.

Gemiddeld vier keer een andere genderidentiteit

De deelnemers waren overwegend wit (86%), bij de geboorte als vrouw geregistreerd (79%), jonger dan dertig (76%) en woonachtig in de Verenigde Staten (74%). Een grote meerderheid identificeerde zich ook als seksuele minderheid — two-spirit, lesbisch, homo, biseksueel, queer of aseksueel — en meer dan de helft rapporteerde een 'pluriseksuele' oriëntatie, dat wil zeggen aantrekkingskracht tot meerdere geslachten. Bijna iedereen (92%) had op enig moment sociaal getransitioneerd en 65% had ook een medische transitie ingezet, met hormonen of chirurgie.

Het meest opvallende cijfer: deelnemers rapporteerden gemiddeld 4,22 verschillende genderidentiteiten of -uitingen gedurende hun leven. Dat is geen enkele, stabiele overtuiging die ze op enig moment loslieten, maar een reeks opeenvolgende zelfbeelden. Voor een praktijk die transitiebesluiten vaak baseert op het idee van een vaststaande, herkenbare genderidentiteit is dat een lastig gegeven.

Stoppen is niet hetzelfde als klaar zijn

Nog opvallender: 42% van de deelnemers die hun transitie op enig moment stopzetten, ging er later gewoon weer mee verder. Detransitie is in deze groep dus lang niet altijd het eindpunt van een verhaal — het is voor bijna de helft eerder een tussenstop in een veel grilliger traject. De auteurs noemen als verklaringen een mix van interne identiteitsverschuivingen, psychologische overwegingen, druk vanuit de omgeving en praktische of structurele belemmeringen, zoals het wegvallen van zorg of steun.

Voor de eigen conclusies pleiten de onderzoekers vooral voor 'geïndividualiseerde' genderzorg die rekening houdt met deze fluïditeit. Maar de cijfers zelf laten iets fundamentelers zien: als bijna de helft van wie stopt later weer terugkomt, en de gemiddelde deelnemer in zijn leven meer dan vier keer van genderidentiteit wisselt, dan is de aanname dat een genderidentiteit op jonge leeftijd al vaststaat — de aanname waarop veel snelle doorverwijzingen naar medische transitie zijn gebaseerd — met deze data zelf moeilijk te verdedigen.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat is de DARE-studie precies?

DARE staat voor detransition analysis, representation and exploration: een online-enquête onder 957 mensen in de VS en Canada die op enig moment hun gendertransitie stopten of terugdraaiden, afgenomen tussen december 2023 en april 2024 en gepubliceerd in het Journal of LGBTQ+ Mental Health.

Waarom hervat 42% van de deelnemers de transitie later alsnog?

De onderzoekers noemen een combinatie van factoren: hernieuwde interne identiteitsverschuivingen, psychologische overwegingen, sociale druk uit de omgeving en praktische belemmeringen zoals het wegvallen van zorg. Stoppen blijkt voor bijna de helft van deze groep geen definitief eindpunt.

Wat betekent gemiddeld 4,22 genderidentiteiten voor het idee van een 'vaststaande' genderidentiteit?

Het cijfer laat zien dat genderidentiteit bij deze groep geen eenmalig, stabiel gegeven was maar herhaaldelijk veranderde. Dat maakt de aanname dat een jongere op vroege leeftijd al een definitieve genderidentiteit heeft — een aanname achter veel snelle transitiebesluiten — moeilijk houdbaar.