Hulplijnen onderaan elke pagina
Schade door transitie — informeer, claim, herstel
In crisis?
Bel direct →
Tot nu toe werd er in de wetenschap zelden hardop naast elkaar gekeken: hoe verhoudt de mentale gezondheid van mensen die in gendertransitie zijn zich tot die van mensen die zijn teruggekomen op hun transitie? Onderzoek richtte zich altijd op de ene of de andere groep, nooit op beide tegelijk, met dezelfde vragenlijsten, dezelfde gesprekken, dezelfde meetlat. Een nieuwe studie in Archives of Sexual Behavior doet dat voor het eerst wel, en de uitkomst is genuanceerder dan het debat vaak toelaat.
Twee groepen, één onderzoeksopzet
De onderzoekers wierven 29 transgender en genderdiverse (TGD) volwassenen — gemiddelde leeftijd 28,3 jaar, 72,4% bij geboorte als vrouw geregistreerd — en 22 volwassenen die hun gendertransitie hadden stopgezet, omgebogen of teruggedraaid, samen met een verandering in hun eigen genderbeleving. Deze detransitioners waren gemiddeld 28,7 jaar oud, 63,6% bij geboorte als vrouw geregistreerd. Beide groepen doorliepen dezelfde twee korte online vragenlijsten en twee gesprekken van aangezicht tot aangezicht, waarin hun transitie- of detransitiegeschiedenis, de gezette stappen, psychiatrische diagnoses, medicatiegebruik en ingrijpende levenservaringen werden uitgevraagd.
Dat simultane, vergelijkende ontwerp is precies waar het aan ontbrak in eerder onderzoek. Studies over detransitie bevroegen doorgaans alleen detransitioners, zonder een referentiegroep; studies over trans gezondheid deden het omgekeerde. Zonder vergelijkingsgroep is elk cijfer over psychiatrische klachten of nare ervaringen moeilijk te duiden — is dit hoog, laag, of gewoon wat je overal aantreft bij mensen die met genderdysforie te maken hebben? Dit onderzoek probeert die leemte te dichten, al blijft het met 29 en 22 deelnemers nadrukkelijk verkennend.
Jonger begonnen, vaker gestopt om bijwerkingen
Op de meeste gemeten kenmerken — sociaaldemografisch en qua ingrijpende levenservaringen — vonden de onderzoekers geen statistisch significant verschil tussen beide groepen. Twee uitkomsten sprongen er wel uit. Ten eerste: detransitioners waren jonger toen ze aan hun medische traject begonnen dan de TGD-deelnemers. Ten tweede: aanzienlijk meer detransitioners hadden hun hormoonbehandeling stopgezet vanwege bijwerkingen of ongewenste effecten, terwijl de TGD-groep juist vaker interesse toonde in verdere medische stappen.
Dat is een relevant gegeven voor het Nederlandse debat over de leeftijd waarop met puberteitsremmers of hormonen wordt gestart: een jongere startleeftijd ging in deze steekproef samen met een grotere kans om later, met bijwerkingen als directe aanleiding, terug te komen op de ingeslagen weg.
Verschillende psychiatrische profielen
Waar de twee groepen wél uiteenliepen, was hun psychiatrisch profiel — en niet in de richting die je op basis van gangbare aannames zou verwachten. De TGD-groep scoorde significant hoger op borderline-kenmerken, manie, antisociale kenmerken, alcoholproblemen en zelfbeschadiging. De detransitiegroep scoorde significant hoger op angstgerelateerde klachten, fobieën en sociale onthechting. Over de hele onderzoeksgroep heen gaf 54,9% van de deelnemers aan ooit suïcidale gedachten te hebben gehad, en 21,6% meldde minstens één suïcidepoging.
De onderzoekers benadrukken dat dit geen bewijs is dat de ene route veiliger is dan de andere: het zijn twee kleine, zelfgerapporteerde steekproeven, geen gecontroleerde longitudinale studie. Wat de studie wél laat zien, is dat zowel transitie als detransitie gepaard gaan met een aanzienlijke psychiatrische last — en dat die last er bij beide groepen anders uitziet. Voor de klinische praktijk is dat een argument om bij iedereen, in welke richting dan ook, de onderliggende problematiek serieus in kaart te brengen in plaats van die aan de gekozen route toe te schrijven.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat is er nieuw aan deze studie?
Eerder onderzoek keek apart naar trans personen of naar detransitioners. Deze studie wierf beide groepen tegelijk en op dezelfde manier, en vergeleek ze rechtstreeks op dezelfde vragenlijsten en gesprekken — dat was niet eerder gedaan.
Hoe groot was de studie?
Het ging om 29 transgender- en genderdiverse deelnemers en 22 deelnemers die waren gedetransitioneerd, allen gemiddeld begin twintig. Een klein, verkennend onderzoek dus, geen grootschalige registerstudie.
Wat was het belangrijkste verschil tussen de groepen?
Detransitioners waren jonger toen ze aan hun medische traject begonnen, en stopten vaker met hormoonbehandeling vanwege bijwerkingen. Op de meeste andere levens- en gezondheidskenmerken verschilden de groepen niet significant, al hadden ze elk een ander psychiatrisch profiel.