Hulplijnen onderaan elke pagina

Schade door transitie — informeer, claim, herstel

In crisis?

Bel direct →
Vijf paden naar transitie en terug: nieuwe studie ontrafelt de psychologie achter detransitie

Waarom transitioneren mensen, en waarom keren sommigen daar later weer van terug? Kwantitatief onderzoek heeft al vaker laten zien dat detransitioners vaker dan gemiddeld kampen met psychiatrische aandoeningen. Wat tot nu toe grotendeels ontbrak, was een verklaring: welk mechanisme verbindt die eerdere problemen met de beslissing om te transitioneren, en later weer terug te keren? Een nieuwe studie van onderzoekers M. Lal en Stephen B. Levine, gepubliceerd in het Journal of Sex & Marital Therapy, probeert precies dat gat te vullen.

Achtendertig verhalen, twee keer geanalyseerd

De onderzoekers gingen niet af op vragenlijsten, maar op de eigen woorden van detransitioners. Ze analyseerden publiek beschikbare videogetuigenissen van 37 mensen die waren getransitioneerd en vervolgens weer waren gedetransitioneerd: 25 vrouwen en 12 mannen. Die verhalen werden op twee manieren doorgelicht — eerst met een klinische audit, daarna met een kwalitatieve inhoudsanalyse — om terugkerende patronen in de levensloop van deelnemers bloot te leggen, van voor de transitie tot na de detransitie.

Transitie als uitweg uit onderliggende nood

Een centrale conclusie is dat transitie bij deze groep, in elk geval ten dele, functioneerde als een poging om al bestaand psychisch lijden te verminderen. Bij jonge autistische deelnemers zag het onderzoeksteam een specifiek patroon: kenmerken die bij autisme horen — concreet denken, overgevoeligheid voor prikkels, moeite met sociale interactie — werden door henzelf en soms door hun omgeving geduid als een teken van genderdysforie, terwijl ze in feite een uiting van autisme waren. Ook los daarvan vond het onderzoek een hoge mate van onderliggende problematiek die al langer bekendstaat als vaak samengaand met genderdysforie bij jongeren: psychiatrische aandoeningen zoals autisme, ADHD en eetstoornissen, seksueel misbruik, verwaarlozing in de kindertijd, eerdere ervaringen met misbruikrelaties, en homofobie.

Vijf paden naar transitie

Uit de verhalen destilleerden Lal en Levine vijf elkaar overlappende, retrospectieve routes die aan de transitie voorafgingen: neurocognitieve aandoeningen zoals autisme en ADHD; eerder seksueel misbruik gecombineerd met dissociatie; sociale besmetting en versterking via online omgevingen; ego-dystone seksualiteit, waarbij een opkomende homoseksuele geaardheid onbewust werd herkaderd als een genderkwestie; en angst voor de eigen opkomende seksualiteit in combinatie met extreem stereotiepe ideeën over wat een man of vrouw hoort te zijn. Bij veel deelnemers speelden meerdere van deze routes tegelijk, wat volgens de auteurs verklaart waarom een enkelvoudige verklaring voor detransitie zo vaak tekortschiet.

Opluchting, ondanks de gevolgen

Detransitioneren bleek voor de deelnemers geen eenvoudige weg terug. Velen kregen te maken met complexe medische nasleep van eerdere behandelingen en met rouw om de jaren die aan de transitie waren besteed. Toch meldden meerdere deelnemers, ondanks die lasten, een diepe opluchting nadat ze waren gestopt en hun eigen weg hadden gevonden terug naar zichzelf.

Wat dit betekent voor de praktijk

Lal en Levine trekken een concrete klinische conclusie uit hun bevindingen: voordat medische stappen worden gezet, is een grondig psychiatrisch onderzoek nodig dat de volledige ontwikkelingsgeschiedenis van een jongere in kaart brengt, inclusief eventuele onderliggende aandoeningen en trauma's. Zonder dat onderzoek loop je het risico, zo laat deze studie zien, dat onderliggende problemen worden aangezien voor genderdysforie — met een medische transitie als onomkeerbaar gevolg. Het gaat om een kwalitatieve studie op basis van een beperkte, zelf gekozen groep van 37 mensen die hun verhaal publiek deelden; de bevindingen laten zich dan ook niet zomaar vertalen naar cijfers over de hele groep detransitioners. Als verklarend model voor de mechanismen achter transitie en detransitie voegen ze wel een gedetailleerd, klinisch onderbouwd perspectief toe aan een dossier dat tot nu toe vooral uit percentages bestond.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat onderzochten Lal en Levine precies?

Ze zochten naar de psychologische mechanismen die aan een gendertransitie vooraf gingen en die later tot detransitie leidden, door de eigen verhalen van detransitioners te analyseren in plaats van alleen cijfers te verzamelen.

Hoe groot was de onderzoeksgroep en hoe zijn de deelnemers geworven?

De onderzoekers analyseerden 37 publiek gedeelde videogetuigenissen van detransitioners: 25 vrouwen en 12 mannen. Het gaat dus om een zelf gekozen groep die hun verhaal online vertelde, niet om een aselecte steekproef.

Welke vijf paden naar transitie vond het onderzoek?

Neurocognitieve aandoeningen zoals autisme en ADHD, eerder seksueel misbruik met dissociatie, sociale besmetting via internet, verdrongen homoseksualiteit die als genderkwestie werd herkaderd, en angst voor de eigen seksualiteit gecombineerd met rigide ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid.