Hulplijnen onderaan elke pagina

Schade door transitie — informeer, claim, herstel

In crisis?

Bel direct →
Finse studie: het trauma achter negen detransities

Negen mensen die eerder de diagnose genderidentiteitsstoornis kregen, meldden zich tussen 2018 en 2019 opnieuw bij een Finse genderkliniek. Niet voor verdere transitiezorg, maar om terug te keren op hun stappen. Onderzoekers van het Helsinki Universiteitsziekenhuis doken in hun dossiers en spraken hen, en publiceerden de uitkomst in 2025 in Archives of Sexual Behavior. Het is een kleine studie, maar wat er in de negen dossiers naar boven kwam, is moeilijk te negeren.

Negen dossiers, één terugkerend beeld

Het onderzoeksteam, onder leiding van Kaisa Kettula, analyseerde de patiëntendossiers en nam gestructureerde klinische interviews af bij alle negen deelnemers. Zeven van hen waren bij geboorte als meisje geregistreerd, twee als jongen. Allemaal hadden ze ooit de formele diagnose F64.0 gekregen, destijds de standaardclassificatie voor genderidentiteitsstoornis. Het gemiddelde tijdsverloop tussen die diagnose en het moment waarop iemand terugkwam voor detransitie: zeven jaar.

Wat de dossiers gemeen hadden

De onderzoekers noteren dat alle negen deelnemers een of meer significante psychiatrische diagnoses hadden. In hun eigen woorden kwamen kindertrauma, seksueel misbruik, symptomen van een eetstoornis, borderline persoonlijkheidsstoornis en psychotische symptomen frequent voor in deze groep. Dat is geen toevallige opsomming van bijkomende klachten: de deelnemers zelf gaven aan dat hun oorspronkelijke transitie niet voortkwam uit transgenderzijn, maar uit onopgeloste psychologische problemen die op het moment van de intake niet, of onvoldoende, waren opgemerkt.

Een kliniek die niet doorvroeg

Wat opvalt in de beschrijving van de negen casussen, is niet alleen wat de patiënten meemaakten, maar ook wat er niet gebeurde: geen van hen kreeg voorafgaand aan de transitie een grondige beoordeling die trauma, dissociatie of onderliggende psychiatrische problematiek serieus in kaart bracht. De genderdysforie werd behandeld als het probleem zelf, in plaats van als mogelijk symptoom van iets anders. Pas jaren later, soms na hormonale behandeling, werd zichtbaar wat er onder de oppervlakte speelde.

Wat de onderzoekers bepleiten

Kettula en collega's trekken daaruit een voorzichtige maar heldere conclusie: voorafgaand aan genderbevestigende behandeling hoort een grondige psychiatrische evaluatie, met expliciete aandacht voor trauma en dissociatieve stoornissen. Daarnaast pleiten zij voor betere, gerichte ondersteuning voor mensen die detransitioneren — een groep die in de bestaande genderzorg vaak nergens meer terechtkan, omdat de klinieken die hen ooit behandelden niet zijn ingericht op deze fase.

Waarom dit ook voor Nederland relevant is

Finland gold internationaal juist als het land dat vroeg de rem zette op ongeselecteerde affirmatieve zorg, met de COHERE-richtlijn uit 2020. Toch laat deze studie zien dat ook daar, ondanks een voorzichtiger beleid, negen mensen door de mazen konden vallen. Voor de Nederlandse discussie over genderzorg is dat een relevant gegeven: als grondige psychiatrische screening zelfs in een terughoudender systeem tekortschoot, is de vraag des te dringender hoe dat in de Nederlandse praktijk geborgd is. Zie ook de overzichten van schade door transitie en detransitie op deze site.

Bron

Kettula, K., Puustinen, N., Tynkkynen, L., Lempinen, L., & Tuisku, K. (2025). Gender Dysphoria and Detransitioning in Adults: An Analysis of Nine Patients from a Gender Identity Clinic from Finland. Archives of Sexual Behavior.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat onderzocht de Finse studie van Kettula e.a. precies?

De onderzoekers analyseerden de dossiers van negen volwassenen die tussen 2018 en 2019 terugkeerden bij een Finse genderkliniek om te detransitioneren, en namen bij allen gestructureerde klinische interviews af.

Wat hadden de negen deelnemers gemeen?

Bij alle negen was sprake van significante psychiatrische problematiek: kindertrauma, seksueel misbruik, eetstoornissymptomen, borderline persoonlijkheidsstoornis en psychotische symptomen kwamen frequent voor, en waren niet grondig onderzocht vóór de transitie.

Wat bepleiten de onderzoekers naar aanleiding van hun bevindingen?

Zij pleiten voor een grondige psychiatrische evaluatie, met aandacht voor trauma en dissociatie, vóór genderbevestigende behandeling, en voor betere ondersteuning van mensen die detransitioneren.