Cijfers over detransitie
Hoe vaak mensen detransitioneren is omstreden. Oudere studies meldden minder dan 1 procent spijt; recent onderzoek met betere follow-up komt op aanzienlijk hogere getallen. Verschillen ontstaan door definitie, follow-up-duur en respons-uitval. De Cass Review (NHS, 2024) noemt de onderschatting van detransitiecijfers expliciet als systemisch probleem in de gender-zorg.
Klassieke spijtcijfers
De vaak geciteerde 1 procent komt uit oudere Zweedse en Nederlandse cohorten met volwassen transvrouwen, gemeten via formele juridische intrekkingsverzoeken. Die methode mist iedereen die stopt zonder dat juridisch te formaliseren. Biggs (2022, 2023) liet zien dat de Nederlandse Dutch Protocol-studies last hadden van selectiebias en uitkomstmaten die spijt en detransitie systematisch onderrapporteerden — onder andere doordat patienten die zich niet terugmeldden als "succes" werden geboekt.
Recentere cijfers
- Boyd et al. (2022, International Journal of Transgender Health): in een Britse NHS-praktijk rapporteerde 12,2 procent van de patienten in het laatste decennium detransitie of medische staking.
- Roberts et al. (2022, US Military Health System): 29,8 procent stoppers binnen vier jaar na start hormonen.
- Hall et al. (2021): 6,9 procent detransitie in een kleinere UK-cohort, beperkte follow-up.
- Littman (2021): onderzocht 100 detransitioners; 55 procent voelde dat de zorgverlener de oorzaken van dysforie onvoldoende exploreerde.
- Vandenbussche (2021, Journal of Homosexuality): mediane tijd tussen start transitie en detransitie 4-5 jaar — buiten het bereik van veel klinische follow-up.
- Cass Review (2024): expliciete kritiek op het ontbreken van langetermijnregistratie in NHS gender-zorg.
Waarom cijfers uiteen lopen
Definities verschillen. Wordt "spijt" gelijkgesteld aan een formeel juridisch verzoek tot retransitie, of telt elke gestaakte hormoonbehandeling? Follow-up is vaak kort: detransitie vindt gemiddeld pas vier tot acht jaar na de start plaats (Vandenbussche, 2021). Korte studies meten dat niet. Bovendien melden veel detransitioners zich niet terug bij hun oorspronkelijke kliniek, waardoor cijfers uit klinieken systematisch lager uitvallen. De Endocrine Society systematische reviews (2024) kwalificeren de bewijsbasis voor lange-termijn uitkomsten als "low to very low certainty".
Nederlandse context
Het Amsterdamse VUmc-cohort wordt internationaal aangehaald, maar nieuwere Nederlandse data over detransitie ontbreken grotendeels. Het ministerie van VWS heeft tot 2024 geen systematische registratie ingesteld. Lees meer over Nederlandse lotgenoten en redenen voor detransitie.
Externe bronnen
- Boyd et al. — International Journal of Transgender Health.
- Cass Review (2024) — cass.independent-review.uk.
- Endocrine Society systematic reviews — JCEM.